maandag 17 september 2012

op hol geslagen koeien, deel 2

Op het vorige stukje kwamen wat reacties, te mooi om ze niet in een apart blogje te melden. Allereerst een reactie van een anonieme lezer die zich het voorval van de op hol geslagen koeien van 30 jaar geleden als volgt herinnert:
Dat de koeien ons niet geraakt hebben da's helemaal waar, maar ik herinner 't me een beetje anders: Volgens mij ben ik breeduit gaan staan, niet wild zwaaiend, maar stil met een buitentent alsof de tent voor de aanstormende koeien een groot rotsblok was waar de kudde omheen moest. Het idee had ik van de Spaanse matadors die zelf stil staan en de stier het idee geven daar omheen te moeten.
Maar misschien maakt de herinnering me heldhaftiger dan het in werkelijkheid was.
Aangezien ik toen erg klein was en de anonieme lezer toen al volwassen was ben ik geneigd hem of haar te geloven en bij deze een rectificatie toe te passen. Gelukkig zijn de anonieme lezer en ik het er over eens dat herinneringen van dit soort voorvallen met de jaren mooier en mooier worden. Wie weet wat we er nog eens 30 jaar later over zullen schrijven...

Voortbordurend op onwillig vee kreeg ik ook onderstaande link toegestuurd; 'How not to photograph a wild bison'. Eigenlijk gaat het over onwillige toeschouwers, de bizon doet eigenlijk niets verkeerd. Hoe knotsgek moet je zijn om zo'n beest van nog geen paar meter afstand te willen fotograferen. Ergens in het filmpje kun je zien dat de bizon zijn kop rustig op en neer beweegt, een paar passen doet en dan in de aanval gaat. Precies volgens het boekje!

 how not to photograph a wild bison

direct naar you tube voor wild bison filmpje

zondag 9 september 2012

op hol geslagen koeien

Vee in de bergen. Het hoort erbij. Sterker nog het bepaalt een deel van de entourage. De koeienbellen die je al van verre kunt horen; de geiten die op schijnbaar onmogelijke plekken grazen; de schapen die witte stipjes op een groene berghelling vormen. Het hoort er net zo bij als de eeuwige sneeuw, marmotten en bergbeekjes.
Ik weet nog van vroeger dat we, na een dag wandelen, een mooi plekje gevonden hadden om de tentjes op te zetten. Er was een vlak stukje alpenweide, net groot genoeg voor twee trekkerstentjes en geflankeerd door een enorm rotsblok dat slordig in de wei lag. Toen beide tentjes half stonden, (binnentent uitgespreid, paar haringen, paar stokken, zakjes met tentstukken erom heen) hoorden we een kabaal. Vanaf de bergheling kwam een kudde op hol geslagen koeien naar beneden suizen. En wij, met ons half opgebouwde kamp, stonden in hun route! Mijn ouders hebben ons drieën op het grote rotsblok gezet en zijn roepend en wild zwaaiend voor de tenten gaan staan. De kudde kwam recht op hen af, briesend en stampend. Vlak voor mijn ouders week de kudde uiteen en passeerde ons plekje zonder schade of letsel te veroorzaken. Achter de kudde aan rende een herderinnetje naar beneden, ook wild zwaaiend en roepend, het lukte haar niet de kudde in te halen, laat staan te kalmeren.
Ik zag laatst in Oostenrijk een folder, waarin de wenselijke omgang met weide runderen beschreven stond, met de naam "Ich bin stärker!" Geen idee of de titel op de koe of de mens slaat. Het is een informatieve folder waarin uitgelegd wordt wat te doen en wat voor kuddes er zijn: beschermende moederkoeien met kalveren, nieuwsgierige halfvolwassen koeien en kuddes die gemolken worden en daardoor bekend zijn met mensen. Voorbijgangers moeten bij de dieren uit de weg blijven, zeker als de dieren zich fixeren op jou, de wandelaar. Mensen moeten altijd rustig blijven en niet wegrennen maar mogelijk met een wandelstok dreigende bewegingen maken. Hard roepen kan agressief vee ook doen omkeren. Als je toch de benen wilt nemen dan moet je rustig de gevarenzone
verlaten zonder de beesten je rug toe te keren. 
Toen mijn ouders meer dan 30 jaar geleden die op hol geslagen kudde trotseerden waren er nog niet van dit soort folders. Gelukkig hebben ze in die stressvolle situatie precies het juiste gedaan. Toch geloof ik niet dat ze dachten dat ze sterker waren dan de koeien.

vrijdag 17 augustus 2012

eten uit het vuur: pizza calzone

Verkondigde ik eerder nog dat je overal in Frankrijk broodmix kan kopen: niet dus. Niet in het dorp waar wij waren. Het was mijn eer te na om het dan maar over te laten gaan en dus heb ik deeg zelf gemaakt. Ik had iedereen verteld dat ik iets uit het vuur zou maken maar dat het wel een experiment was... Nieuwsgierig werd er naar de, in alufolie verpakte, pakketjes gekeken die het vuur in gingen. Of eigenlijk moeten ze op de hete as gelegd worden. Ik had ergens gelezen dat het met een kwartier a twintig minuutjes klaar zou zijn, dat bleek bij ons iets langer.
Maar gelukkig werden de pizza's zo goed ontvangen dat ze twee dagen later zelfs in de herhaling zijn gegaan.
Hoewel bewerkelijk hebben we er een heerlijk recept voor uit het vuur bij!

Bereiding:
Pizzadeeg maken. Uit een pak of zelf samen stellen uit meel, gist, olijfolie, zout, persilade en een uur rijzen.
Voor de vulling alles wat je lekker vind. De eerste variant was met ui, olijf, prei, courgette en geraspte kaas.
De tweede variant was met tomaat, mozzarella, courgette, ui en ham.
Deeg in porties verdelen en per portie plat maken. Hoe je dat doet? Wees creatief.
De pizza met tomatenpuree besmeren en op de helft de vulling leggen. De rand natmaken met water en dichtvouwen.


Goed dichtmaken zodat de vulling er niet uit kan lopen. Bestrooien met wat meel zodat de alufolie er niet aan plakt.
Daarna goed verpakken in twee lagen alufolie, deze er niet te losjes omheen doen want dat is lastig met het keren.





Het vuur moet al minstens een uur goed gebrand hebben. Als de vlammen afnemen het vuur naar achteren schuiven en de pizza's op de hete as leggen.




Af en toe keren. Als de pizza aan alle kanten hard is (even kloppen) is hij klaar.





Pas op, heet!
Eet smakelijk!


donderdag 16 augustus 2012

mijn mes (3), the story continues

Naar aanleiding van een voorval tijdens een trainingsweekend bergreddingstechnieken besloot ik dat een mes een absolute must was voor aan mijn klimgordel. Ik had ervaren dat ik, ondanks allerlei technieken, wel eens op een punt zou kunnen komen waarop ik een touw door moet snijden. Dat klinkt meteen wel heel dramatisch, maar een knoop losmaken uit een touw waar een volwassen persoon in hangt is onmogelijk. Het touw geheel ontspannen kan te lang duren en kost veel energie. De knoop afsnijden en 50 cm touw opofferen in een noodsituatie lijkt mij een betere optie. We hebben het dus wel over noodsituaties.
Dat mijn verjaardag min of meer samenviel met de wens voor een nieuw mes kwam goed uit. Het mes stond dan ook bovenaan mijn verlanglijst. Hoewel mijn vader een beetje zenuwachtig werd van alle klimverhalen gecombineerd met messen en touwen doorsnijden, kreeg ik van hem een Opinel. Een 'mijn mes' dus, NO. 8 en met een gaatje om aan mijn gordel te bevestigen.
Het mes hangt er inmiddels en ik hoop hem nooit, maar dan ook nooit nodig te hebben!
Nou ja, misschien dan voor het schillen van een appeltje...


Waargebeurd verhaal over ongelukkige dagen op de Siula Grande waarbij een touw werd doorgesneden: Touching the void

'mijn mes' opinel.com

vrijdag 20 juli 2012

misschien wel het mooiste plekje: nu



Valpreveyre. De band tussen Valpreveyre en mij bestaat nog steeds. Toen ik 26 was wilde ik graag weer eens de alpen in, mijn vader wilde dat ook en zo belandden we weer in Valpreveyre. Alles was anders en toch hetzelfde. De rust, de idylle; het was er nog. Het gehucht was nog kleiner dan twintig jaar eerder maar er was nu wel een echte camping. Een heus toiletgebouw, receptie met vers brood en iets te eten. De camping lag iets verder stroomafwaarts ten opzichte van onze kampeeravonturen van vroeger.
Het leuke van de plek is dat je moet weten waar deze ligt, niet zomaar iedereen rijdt erheen. Vanaf Abries is het een erg smal slingerweggetje naar 1900 meter hoogte. Caravanbezitters vinden het weggetje niet leuk, dat bepaalt al een deel van het publiek dat er komt.
Mijn vader en ik vonden wederom een perfect plekje; beetje schaduw en een beetje zon en beschutting van bomen tegen de wind. Een paar meter voor de tent ontsprong een bronnetje die ons voorzag van drinkwater en 'koelkast'. Meerdere steenoventjes sierden de camping en er was hout genoeg in de omgeving.
Later moest ik voor mijn werk eens in de buurt zijn en ben ik weer naar deze plek gereden. Weer totaal anders en toch ook weer hetzelfde. Voorjaarslawines hadden het gehucht en de camping de laatste jaren meermalen overspoelt en deels weggevaagd. Het toiletgebouw en receptie waren er niet meer, hiervoor in de plaats stonden mobiele oplossingen.
Vorig jaar heb ik de mannen meegenomen naar Valpreveyre. Weer anders en weer een idylle. Lawines hebben wederom huisgehouden maar de camping eigenaar, le Maire de Valpreveyre, begint ieder jaar vol goede moed aan een nieuw kampeerseizoen. Er prijkt een nieuw, vast, toiletgebouw op een hoger terras. De camping ligt nog deels aan de beek maar ook op het terras erboven. De receptie is op de veilige oever herbouwd maar vers brood is er helaas niet meer te krijgen.
Nog steeds zijn de plekjes prachtig en prijken er overal steenoventjes. Gelukkig zijn er heel wat bomen blijven staan dus er is genoeg beschutting en privacy. Je kunt kiezen tussen een grotere beek en kleine stroompjes, kamperen tussen de bosjes of op het open veld en de douche is altijd heet. Vorig jaar kwamen wij er aan na een pittige meerdaagse tocht. Na het opzetten van de tent zijn de jongens in de beek verdwenen voor het bouwen van dammen en ben ik in de hangmat gekropen. Zo hebben we een aantal dagen geluierd, gespeeld, hout gezocht en vuurtjes gemaakt.
Met de komende vakantie voor de deur hebben de mannetjes alweer gevraagd naar deze plek, of we nog terug gaan en wel op hetzelfde plekje gaan staan! Wellicht gaat Valpreveyre ook tot het jeugdsentiment van de jongens behoren, dat zou geweldig zijn.
Er is zelfs een kleine kans dat we er dit jaar mijn vader tegen zullen komen....


Camping Valpreveyre


dinsdag 17 juli 2012

misschien wel het mooiste plekje: toen

Valpreveyre is voor mijn ouders, broer, zus en mij een soort van jeugdsentiment. De naam klinkt al zo lang ik me kan herinneren al kwam ik er pas rond mijn vijfde voor het eerst. Valpreveyre is een dorp in de Franse Alpen, maar dorp is eigenlijk een te groot woord. Gehucht is beter. Ik heb eigenlijk geen idee hoe we er vroeger beland zijn. Wel weet ik dat we er een tijd gekampeerd hebben langs een van de beken die door het gehucht stromen.
Er was toen nog geen camping. Langs de beek omhoog stonden een paar tenten van mensen die rust wilden. Wij wilden dat kennelijk ook. De auto bleef natuurlijk beneden staan en we klauterden omhoog op zoek naar een vlak stukje voor de tent. Deze vlakke stukken waren schaars, vandaar dat er lekker veel afstand was tussen kampeerplekken. Ik geloof dat ik me wel alleen op de wereld waande langs die, deels in het bos verscholen, beek. Alleen met mijn familie dan.
In de beek bouwden we bassins om in te zwemmen of badderen; het water was puur smeltwater en dus ijs- en ijskoud. Een toiletgebouw was er niet, het was immers geen camping, en daarvoor liepen we gewoon een eind de bosjes in.
In mijn herinnering zijn we een paar keer op deze idyllische plek geweest en ik laat die herinnering graag zo. Bij mijn ouders navragen of mijn herinneringen kloppen durf ik eigenlijk niet, straks komen zij met hele andere statistieken aan. Het was in ieder geval een bijzondere plek en bestaat vandaag de dag niet meer zoals toen. Dat maakt de herinnering misschien alleen maar mooier.


donderdag 12 juli 2012

vakantietip: laat nooit de afwas staan

Toen wij als 'beginners' begonnen met het maken van meerdaagse trektochten in de bergen hadden wij nog een hoop te leren. Meer dan 30 jaar geleden dus, dat gezinnetje met paps, mams en drie kinderen waarvan ik er een was. Gelukkig kunnen we nu lachen om alles wat we proefondervindelijk hebben moeten leren, toen was het vaak een stuk minder leuk.
Zoals die ene keer. Na een lange wandeldag konden we eindelijk de rugzakken, met een gevoelsgewicht van lood, op de grond laten vallen en onze schoenen uittrekken; het zat er op voor die dag. Na lang doorlopen hadden we dan toch een kampeerplekje gevonden en konden we de tenten opzetten.
Het was al laat en mijn ouders maakten iets te eten klaar, twee pannen wisselend op dat ene pitje. De maaltijd ging er in als koek, zo moe en uitgehongerd waren we wel. Omdat het al zo laat was dachten mijn ouders 'we zetten de afwas wel in de week, morgen is er weer een dag'. Zo gezegd zo gedaan. De twee pannetjes werden in elkaar gezet, water erbij, sopje erbij, laplandmokken en bestek erbij en lekker naast de tent laten staan.
De volgende ochtend kropen we fris en vol goede moed uit de tent. We wilden thee zetten maar dan moest wel eerst de afwas afgemaakt worden. De pannetjes stonden netjes naast de tent, daar waar we ze gisteren hadden neergezet. Maar nu wel als één groot blok ijs. Het heeft heel wat brandstof gekost om  de boel te ontdooien en alle mokken en lepels uit het ijs te kunnen bikken.