vrijdag 6 juli 2012

eten uit het vuur

Avontuurlijke maaltijden. Stiekem vind ik het zelf erg leuk om met vuur te spelen en te kijken of er iets eetbaars vanaf of uit kan komen. Gelukkig kan ik daar nu naar hartenlust aan toegeven onder het mom 'het is zo leuk voor de kinderen'. Voorwaarde is natuurlijk wel dat we op een plek zijn waar je vuur mag maken.
Uiteraard ontbreken bij ons de marshmallows niet. Een heerlijk, veel te zoet, en gezellig toetje. De jongste heeft er nog wel wat moeite mee de perfecte marshmallow te roosteren: de laatste keer belandde er een zachte op de mouw van zijn shirt.
Broodjes bakken doet het ook goed, tevens een goede oefening in geduld. Het is nog lekkerder om het aan de stok gebakken broodje te vullen met een worstje van de barbecue. Gelukkig kun je overal, zelfs in Frankrijk, broodmix krijgen zodat de voorbereiding makkelijk en snel is.
Vorig jaar hebben we de zwerverscake ontdekt; een bijzondere cake uit de as van het vuur.
Zwerverscake:
Hol een sinaasappel uit en vul deze tot iets over de helft met cakebeslag. Druk het dekseltje weer op de sinaasappel en wikkel het geheel volledig in alufolie. Leg de bollen 35 minuten in de hete as, wel af en toe keren en draaien. 
Het resultaat was één sinaasappel die leegliep en drie sinaasappels met heerlijke cake met sinaasappel smaak. Een avontuurlijk toetje.
Na wat zoeken heb ik voor komende vakantie al een nieuw recept gevonden dat me zeker de moeite waard lijkt om uit te proberen: Survivalflappen.
Wordt dus vervolgd! 

woensdag 4 juli 2012

uit de oude doos: moed-kruit

Als wij vroeger moe waren tijdens een trektocht en eigenlijk door onze pootjes zakten ging mijn moeder op zoek naar moed-kruit. Een bijzonder kruit dat alleen in de bergen groeit. Ze plukte dan een takje en wreef de blaadjes tussen haar vingers zodat de geur vrij kwam. Wij snoven de heerlijke geur op en konden weer een stukje verder lopen. Met het takje in de hand, klaar om ingezet te worden, wist mijn moeder ons zo door de moeilijkste momenten te loodsen. Wij waren er van overtuigd dat we wel een hele bijzondere moeder hadden als zij moed-kruit kon vinden en wist hoe het werkte.
Later begonnen we de geur te herkennen en kwamen we er achter dat het speciale moed-kruit niets anders was dan thijm.
Nog steeds koester ik de geur van thijm als ik in de bergen ben; heerlijk als de wind deze geur meevoert. Ik kan het tijdens het wandelen niet laten om een takje tussen mijn vingers te wrijven en te genieten van de geur.

dinsdag 3 juli 2012

inlopen

Zaterdag vertrokken we aan het begin van de middag met ieder een rugzak op. Voor de jongens de eerste meters met een echte rugzak met echte kilo's. Alle spullen lagen op tafel en ze mochten kiezen wat ze graag wilden dragen: knuffel, iets lekkers, eigen hoofdlamp, broekspijpen, spelletje en de lunch voor onderweg. De matjes en zomerslaapzakjes had ik al onderin gestopt voor het volume. Beiden kwamen ze uit op 4 kilo en wilden graag meer dragen, een goed teken.
Het lopen ging goed. P heeft een GPS aangeschaft en daarop kan de oudste precies bijhouden hoe ver we gelopen hebben, hoe hard we gaan en wat er nog gaat komen. Informatie die het lopen voor hem, hopelijk, makkelijker maakt. Desondanks was het wel weer pittig, ze moesten echt wennen aan het wandelen met een rugzak met gewicht. Na heel wat opbeurende woorden, afleidingsmanoeuvres, water pauzes, mueslirepen en complimenten kwam na 12 kilometer eindelijk de camping in zicht.
Hier was het leed snel vergeten want we konden lekker in het gras liggen en hout zoeken voor het kampvuur. Grappig dat mannen, van welke leeftijd dan ook, het heerlijk vinden om woest te zwaaien met een bijl of er in ieder geval naar te kijken. Gelukkig komt dat het vuur alleen maar ten goede. Na het opzetten van de tent kwamen we er achter dat we een en ander vergeten waren; zo was er een matje te weinig meegekomen, het fototoestel bleek batterijloos en de kaas voor het ontbijt lag ook nog in de koelkast thuis. Gelukkig zijn we creatief.
Na een avondje vol luieren, pannenkoeken en mooi vuur brandden we 's ochtends de tent uit dankzij de zon. Na het ontbijt van hartkeks met alleen worst omdat de kaas er niet was hadden we in no time alles weer ingepakt en konden we weer op stap.
Deze tweede dag gaat duidelijk alles beter en lopen de jongens een stuk makkelijker. Zou het de stal zijn die ze ruiken of heeft het inlopen van gisteren nu al vruchten af geworpen? Hoe dan ook, ze liepen lekker door, vrolijk babbelend.
Om twaalf uur waren we alweer thuis. Wat heerlijk toch om op een plek te wonen waar je vanuit de voordeur direct in een vakantiegebied staat.
Thuis de balans opgemaakt met dingen die we nog moeten doen voor de vakantie met het echte wandelen en kamperen:
- een heupgordel aan de rugzak maken voor de jongste
- nóg nauwkeuriger tochtplanning zodat er geen verrassingen
  komen qua wandelen (afstand + tijd)
- schoenen van de oudste nakijken, is hij er alweer uitgegroeid?
- zorgen dat we niets essentieels vergeten!


camping twilhaar, Nijverdal


woensdag 27 juni 2012

de wagen met alles, poker en James

In een minivakantie, toen ik een jaar of 14 was, hebben mijn vader en ik eens een trektocht van een paar dagen gemaakt in Duitsland. Omdat in Duitsland alles 'immer gerade aus und dann rechtsab' is werd het al snel een beetje saai. En daardoor dus ook een beetje zwaar.
Fantaserend over wat we allemaal wel niet zouden lusten kwam er een imaginaire wagen achter ons aan met de meest heerlijke snoeperijen, gerechten en luxe artikelen. Omdat deze wagen achter ons aan reed hadden we iemand nodig die het ons ook zou brengen en ons op onze wenken zou bedienen tijdens het wandelen. En daar was James, de butler. James is nooit meer weg gegaan, het bleek de meest trouwe butler die we ons konden wensen. Ook nu, ruim 20 jaar later, denk ik nog vaak aan James en zijn service. James komt altijd op het goede moment en brengt altijd de juiste dingen; precies wat je nodig hebt.
Omdat we tijdens het wandelen daar in Duitsland op een gegeven moment ook wel uit-ge-ik-zie-ik-zie-wat-jij-niet-ziet waren zijn we gaan pokeren. Natuurlijk is het niet handig om dat met echte dobbelstenen te doen als je loopt dus ook die werden gebracht door James.
Ik: Rommel rommel. Twee vijven en een drie. Mijn vader: twee vijven opzei, rommel rommel, een vijf! Ik: shit, mazzelaar.
Mijn vader: rommel rommel, drie tweeën! Ik: bluf. Mijn vader: verdorie, hoe wist je dat?
En zo gingen wij al rommelderommelend immer gerade aus met de trouwe James altijd in ons kielzog.

maandag 25 juni 2012

training bergreddingstechniek


Ter voorbereiding op de cursus Adventure Voorklimmen die we gaan volgen én omdat het gewoon goed is om te oefenen hebben we wederom de training Bergreddingstechnieken gevolgd. Deze training bestaat uit een avond knopen oefenen in de gymzaal en een dag buiten aan de rots van Ibbenbüren (Duitsland).
Rond de knopenavond in de gymzaal heb ik thuis de stof doorgenomen en zo heel wat stoelen en tafels ‘gered’ van allerlei dramatische scenario's. De knopen zaten er in ieder geval goed in. 
De volgende opgave was de juiste namen bij de technieken plaatsen; vorig jaar hebben de instructeurs zo lopen harrewarren met de namen dat het resultaat was dat ik wel weet wat ik moet doen maar steeds de verkeerde naam erbij geef.
Eenmaal bij de rots is alles anders; binnen regent het zelden, de meeste personen wegen toch wel iets meer dan een stoel of tafel, er is minder ruimte en je werkvlak is niet op aangename hoogte.
Mijn mooi geoefende constructie zat meteen al klem dankzij de rand van de rots waaronder mijn ‘slachtoffer’, gelukkig heel geduldig, hing. Ook toen haar benen gevoelloos werden bleef ze lachen en gezellig met de andere slachtoffers kletsen. Dat het in de praktijk allemaal niet zo soepel verloopt is maar goed ook, daar leer je meteen op anticiperen.
Iedere keer besef ik ook weer dat iemand naar boven takelen zulk zwaar werk is dat ik beter alle alarmnummers in mijn telefoon kan opslaan. P krijg ik nooit 30 meter omhoog getakeld. 
Gelukkig kan ik het touw wel fixeren en naar P afdalen voor morele steun of eerste hulp. Daarbij kan ik met mijn slachtoffer abseilen, dat is ook fijn om te weten. Het touw moet dan wel lang genoeg zijn...
Natuurlijk ben ik zelf ook slachtoffer geweest en heb een uur in de regen mogen hangen in afwachting van mijn redder. Ook dat is een goede oefening. Gered worden is geen kwestie van seconden en minuten maar van kwartieren en uren.
Eigenlijk is de conclusie van zo’n cursus altijd dat er maar
beter niets fout kan gaan als je echt onderweg bent.

www.oostwand.nl/trainingbergreddingstechniek

vrijdag 22 juni 2012

uit de oude doos: we zijn zo moe

Twee volwassenen en drie kinderen van, toen nog, 4, 7 en 10 jaar op pad in de bergen. Vader en moeder dragen het grootste deel van de bagage voor 5 personen. Ik als jongste droeg een klein rugzakje met daarin mijn kabouter, pepermuntjes en de tentharingen; want ik wilde wel iets voor het gemeengoed doen. Mijn broer en zus droegen aanzienlijk meer, zij hadden ook al echte rugzakken met zo'n, voor die tijd, hypermodern stalen frame. Mijn rugzakje had een lus in de nek zodat mijn ouders mee konden helpen bij het dragen. Of om me stiekem vast te houden als de afgrond te diep was. Uiteindelijk mocht ik een nieuwe rugzak omdat de oude bij de lus helemaal was uitgescheurd.
Maar goed, eenmaal op weg over de smalle bergpaadjes, langs bergbeekjes en bij het geluid van fluitende marmotten vonden wij het al snel genoeg. Als er een begon met piepen dan deden de anderen al snel mee: we waren zo moe en konden we nu eindelijk eens pauze houden? Mijn ouders motiveerden ons aan alle kanten en op allerlei manieren om toch nog een stukje door te lopen. Tot ze zelf toch ook wel moe waren en eindelijk besloten tot een pauze. Dan gooiden wij energiek onze rugzakken af en holden naar de beek om dammen te bouwen of renden naar grote rotsblokken en klommen omhoog om te fantaseren dat we echte bergbeklimmers waren. Mijn ouders, ondertussen, lagen voor pampus van het dragen van de bagage en het motiveren. Als zij waren uitgerust en besloten om weer verder te lopen begonnen wij al snel weer van voren af aan: ik ben zo moe...

woensdag 20 juni 2012

kleintje p-pad

Inlopen, materiaal testen, tijd over, actief, slecht weer en iets leuks willen doen mondde uit in een weekendje Pieterpad. Vrijdag avond de auto neergezet in Nieuw-Sleen en vandaar de bus naar Rolde. Een ritje van nota bene 18 minuten die we in 2 dagen terug moesten lopen.
We wilden eindelijk eens echt bivakken. Die zakken hadden we al zo lang maar het was er nog niet van gekomen om er meer mee te doen dan in de tuin uittesten (met mooi weer). We kwamen er meteen achter dat je geen privacy hebt op een camping. De volgende les was dat het niet uitmaakt waar je voeten liggen maar dat je hoofd wel onder de tarp moet als het regent. Slapen onder de blote hemel is wel gaaf: 's nachts wakker worden en meteen de sterren zien is fantastisch!
De eerste wandel etappe ging naar Schoonloo, een geweldig mooie etappe door het stroomgebied van de Drentse A. Ondanks de voorspellingen voor slecht weer hebben we een heerlijke middag-pauze-met-dutje in de zon kunnen houden.
Dat we een Pieterpadboekje hadden van 13 jaar oud maakte op deze etappe nog niet zo heel veel uit. Na 18 kilometer konden we eindelijk de rugzakken neerzetten op camping De Dennen van Staatsbosbeheer; wat is dat een mooie plek. Ook hier hebben we heerlijk in de zon gelegen totdat deze echt achter de bomen verdween en we krakend op moesten staan om iets te eten te maken. De maaltijd werd 'gezellig' opgeleukt door een vrijgezellenfeestje, waarbij de organisatie had bedacht dat je op een stille camping wel een bbq kunt neerzetten voor 10 dronken kerels, die al boerend, vloekend en plassend een te gekke avond beleefden. Gelukkig vertrokken zij weer tegen de tijd dat wij in onze bivakzakken wilden kruipen. De volgende les bood zich meteen aan: de anti-muggencrème, die ik thuis in mijn hand had gehad en niet had meegenomen i.v.m. gewichtsbesparing, had ik wel mee moeten nemen! In een bivakzak ben je niet veilig voor beestjes.
 's nachts begon het te regenen en dat hield niet meer op tot in de middag. Dus gingen we stijf en klam op pad. Na een ultra korte middag pauze in de regen leek het erop dat we er goed de pas in hadden. Voor zover we in het boekje konden vinden waren we er bijna, nog een kilometertje of zo. Totdat we een Pieterpadbord tegenkwamen waarop onze positie luid en duidelijk vermeld werd. In het boekje werden we ineens zo'n 7 kilometer teruggezet. Toen bleek dat het boekje dus toch wel iets te oud en dus te onduidelijk was geworden. Verbazend hoeveel schelwoorden ik ken op zo'n moment. De laatste fase hebben we uit gestrompeld. In de auto lagen warme, droge kleren die de acute spierpijn en blaren iets verzachtten.