dinsdag 15 mei 2012

kou en kleine prut

Het is half mei en nog steeds begin van het klimseizoen. Afgelopen zondag was het gelukkig lekker weer, nee ik moet het anders formuleren: het was droog. Het voorjaar zit gewoon niet mee qua weer dus wij zijn al blij als het droog is. Met 13 graden op de thermometer is er nauwelijks sprake van een lekkere lente dag. Maar ja, het was dus droog en dus reden we naar Ibbenbüren.
Het was de eerste keer aan de Osnabrückerwand nadat ik hier vakkundig mijn arm uit de kom draaide in augustus vorig jaar. Ik hoopte dan ook een beetje op afsluiting. Afsluiting van de angst die er sindsdien in mijn lijf zit als ik klim. Het cirkeltje weer rond, zoiets.
Hoewel de rots de dag ervoor opgeschoond was door de alpenclub lag er een waas van kleine prut over de wand. Zand, blaadjes, steentjes, korstmos, etc. Dit maakte dat onze klimschoenen (voor het gevoel in ieder geval) geen grip hadden. Waar je normaal in de rotsen vooral met je benen klimt werden zondag juist onze armen aangesproken.
Het leuke van klimmen is dat een route iedere keer een andere beleving kan oproepen afhankelijk van het weer, je eigen conditie, troep op de rots, noem maar op. Een makkelijke route kan ineens een stuk moeilijker zijn; ik heb zondag dan ook heel wat krachttermen uit P's mond gehoord waarvan ik niet wist dat hij ze kende.
Ondanks de kou, de afwezigheid van zon en de relatief gladde rots hebben we lekker geklommen. Ik ben de dag begonnen met voorklimmen en dat ging lekker. Het oefenen met standplaatsen bouwen gaat prima en doordat de routes enkele touwlengtes zijn worden we nog ook eens experts in abseilen.
De route van 'mijn arm' kon ik nog niet klimmen, te moeilijk en te glad. Geen idee of er dus iets afgesloten kon of kan worden. Het zit waarschijnlijk allemaal tussen de oren, mijn oren. Mijn arm wil (meestal wel), mijn geest ook alleen is het lef nog even wandelen...

maandag 14 mei 2012

een lange weg naar de rots



Als beginnende fanatieke klimmer moet je een hoop leren. Niet alleen de technieken van welke knoop wanneer en wanneer juist niet. Maar ook hoe je een rots vind.
Het lijkt allemaal zo simpel. Je hebt gelezen dat je ergens kunt klimmen of je ziet vanuit de auto een rotswand, dus 1+1=2 zou je denken. Niet dus.
Er gaat wel een en ander voorwerk aan vooraf. Natuurlijk eerst bepalen waar je bent, hoeveel tijd je hebt en waar je heen zou kunnen qua land/streek/gebied/rots/route.
Wij zouden in de Bourgogne zijn, wat tijd over hebben en dus willen klimmen. De eerste horde was genomen. Thuis hebben we op internet informatie gezocht over de verschillende gebieden in deze regio, het aantal routes, drukte, moeilijkheidsgraad, ligging etc. We hadden een idee. 
In een knus vvv'tje ter plaatse hebben we de klimgids gekocht. Onmisbaar. ’s Avonds op de camping, met behulp van de hoofdlamp, deze gids doorgespit en de topo’s leren lezen. Dit zou de volgende dag veel tijd schelen.
Nu hadden we dus het land, de locatie, de rots en de routes op de rots tot in detail in kaart gebracht. We waren dichtbij.
De volgende dag vol goede moed op pad. Na wat heen en weer rijden in een gehucht blijkt dat je toch tot vier keer toe een afslag kunt missen. De weg ging verder over een karrepad tot aan de parkeerplaats.
De klimgidsen gaan natuurlijk over de klimroutes en allerhande informatie die je tijdens het klimmen nodig hebt. De aanlooproutes zijn daardoor niet altijd gedetailleerd weergegeven. En laat dat nu juist iets zijn waar we vaak tegen aanlopen, of beter gezegd: waardoor we vaak fout lopen. Na 45 minuten, wat volgens het boekje in 8 minuten kon, waren we onder de rots. Met de warming up zat het dus wel goed. 
Het leuke van de vers aangeschafte klim gids is dat de (Engelse) auteurs een eigen manier hebben bedacht om (Franse) routes en moeilijkheidsgraden weer te geven. Duidelijk, maar voordat je ze terugvind op een rotswand… 
En ja, dan sta je uiteindelijk voor de route waarvan je thuis op internet al had gezien dat je die graag wilde klimmen. Dan kun je je klimgordel aantrekken!

 

donderdag 10 mei 2012

maretak


Ik herinner me nog de keer dat mijn vader de auto aan de kant van de weg zette, de auto uitsprong en opgetogen een maretak ging fotograferen. Dat was in Frankrijk, lang geleden. Toen was maretak nog iets speciaals. Mijn vader legde uit: een parasiet die alleen in sommige bomen groeide, erg bijzonder. Ik kende het verder alleen uit de verhalen van Asterix en Obelix waarin Panoramix, voor de beroemde toverdrank, Maretak oogstte in het Maretakkenbos.
Als je nu Frankrijk binnenrijd, in ieder geval in de Morvan en Bourgogne,  is er overal maretak. Hoewel niet meer zo zeldzaam blijft het een bijzonder gezicht, die bolletjes donkergroen in de bomen.
Na wat zoeken op internet heb ik inmiddels geleerd dat het een halfparasietje is, omdat het enkel zout onttrekt aan de gast-boom. De zaadjes worden door vogels verspreid, al dan niet via de uitwerpselen. Maretak heeft een helende kracht o.a. voor afweersysteem, vruchtbaarheid en kanker. De tak doet het ook goed in de sagen en mythes en daarbij mag je ongegeneerd zoenen als je eronder staat. Volgens mijn, in Frankrijk wonende, oom is het een ziekte die de bomen aantast maar daar vind ik verder geen informatie over…
Ik geloof dat ik toch vasthoud aan het beeld van een vloekende Panoramix in een boom die tijdens het oogsten van maretak zijn gouden snoeimes breekt. Maar ja, dat is weer een heel ander verhaal.

woensdag 9 mei 2012

wel of geen geruststelling?


Het onderstaande filmpje is weinig geruststellend. Zeker voor de niet-klimmers die het toch al allemaal ‘veel te gevaarlijk’ vinden. Zij rillen al bij de foto’s waar wat lucht onder de voeten te zien is. Dat je klimmen leuk zou kunnen vinden wil er maar niet in.
De klimgebieden in België hebben dit jaar erg te lijden gehad onder de strenge winter; door de vorst is er een extra gevaar voor steenslag. Aan het begin van het klimseizoen, als je een van de eerste op een route bent, dan trap je behoorlijk wat naar beneden. Dat heb ik onlangs nog gevoeld tijdens het klimmen en gehoord op mijn helm toen P aan het klimmen was.
Onderstaand filmpje is deels wél geruststellend voor mij als klimmer. Ik vind het fijn om te weten dat de rotsen goed gecontroleerd en onderhouden worden. Natuurlijk is klimmen niet geheel risicovrij, kan de beheerder niet voor alles verantwoordelijk zijn en moet je zelf goed na blijven denken. Toch het is een prettig idee dat een groep gedreven mensen er flink controleert en opschoont:


dinsdag 8 mei 2012

expert binnen zitten


Ik hou van buiten maar ik ben gelukkig niet altijd buiten. Ik hou namelijk ook van de warmte van binnen. En wat is er dan mooier om binnen over buiten te schrijven?
Nadat ik meerdere seizoenen buiten heb gewerkt voor Expert in Actie werd ik gevraagde de nieuwe website te voorzien van teksten. Teksten die mensen kunnen overhalen, verleiden, inspireren tot iets buiten doen. Natuurlijk zei ik ja!
Dus op koude winterdagen, als de wind om het huis gierde en het buiten vroor, regende of nat sneeuwde, stookte ik de kachel op, nam de kat op schoot en klapte mijn laptop open.
En zowaar kwamen er teksten voorzien van de juiste foto’s en werden alle activiteiten van zomer en winter beschreven. Van heerlijk uitwaaien op het strand naar luxe bedrijfsweekeinden in de sneeuw in Oostenrijk.
Buiten of binnen, binnenstebuiten, als je je collega’s wilt activeren klik dan even op deze link:

donderdag 26 april 2012

overlevingskoek


Tegenwoordig kun je allerhande mueslirepen, koek, oppeppers, snoep, chocolade en fruitgels kopen om onderweg je honger te stillen en/of je lijf te voorzien van extra dingen die maken dat je harder, verder, langer en leuker loopt. Ik heb zo mijn adresjes waar mijn favorieten te krijgen zijn; ook in het buitenland weet ik precies in welke winkel ik moet zijn. Zo is in Oostenrijk de ‘Obstriegel’ van de Hofer het allerbeste!
Maar ja, ik ben niet meer iedere dag in Oostenrijk…
Hoewel er dus genoeg te koop is vergroot ik tegenwoordig mijn voorpret door zelf de keuken in te duiken. De dadelrol en de overlevingskoek zijn bij mij favoriet.
De dadelrol maak ik alleen als ik zin heb in een kliederbende; het fijnmalen van dadels is namelijk een vak apart. Het voordeel van deze lekkernij is dat het niet zwaar is in de rugzak, een klein stukje al een bom aan fruitsuikers geeft en het ook buiten de koelkast lang houdbaar is. Het is simpel: maal dadels, noten, rozijnen (naar smaak vijgen of gedroogde abrikozen) fijn, goed mengen, vorm er een slang van, door de kokos rollen en verpakken in cellofaan. Op laten stijven in de koelkast en al naar gelang een stukje afsnijden. Heerlijk!
De overlevingskoek is ontstaan in mijn moeders keuken die tijdens het bakken van koekjes alle potten, trommels en zakjes leegde. Waar het bij mijn moeder nog een plaatkoek was maak ik er tegenwoordig een cake/brood/kruidkoek van. Maar ook bij mij geldt: opmaken van restjes rozijnen, havervlokken, noten, gedroogd fruit, zonnepitten noem maar op. De basis is een cakebeslag en deze aanvullen met alles wat je lekker vindt. Maar leuker is experimenteren. Rozijnen laten weken in warme sinaasappelsap, suiker vervangen door honing, agavesiroop en een geraspte appel. Boter vervangen door een ei, wat melk en de sinaasappelsap. Voor het kruidkoek effect niet bang zijn met koekkruiden, gemalen gember, gemalen kruidnagel en kaneel.
Groot voordeel is dat alle overlevingskoek zeker een week houdbaar is en met de dag lekkerder wordt.
Het enige nadeel is dat het me nooit lukt dezelfde koek twee keer te maken…

maandag 23 april 2012

sporten met een motortje


Eerder schreef ik al over het stoempen, vloeken en afzien tijdens mijn aller kleinste hobby: mountainbiken. Hoe erg ik ook loop af te zien en me steeds afvraag of mountainbiken nou leuk is of niet, ik heb wel het idee dat ik aan sport doe. Het heeft dus zeker een doel: aan mijn conditie werken.
Ik zou iedere dag aan mijn conditie moeten werken en zoek dan ook bijna iedere dag naar de leukste variant van bewegen voor dat moment; hardlopen, wandelen, klimmen, zwemmen of fietsen. En ja, soms is de leukste variant erg passief: de Tour de France op tv.
Afzien op de fiets hoeft al lang niet meer, zelfs niet op een mountainbike. De turbo specialized is een mountainbike met elektrische motor. Deze fiets brengt je op mooie plekjes, over alle hobbels, en dat alles zonder moe te worden. Alleen het sturen en rechtop blijven zitten moet je zelf doen. Leuk, maar wel een soort passief sporten dus. Wie houdt wie nu voor de gek? “Het eindresultaat is een volledig geïntegreerd en fluisterstil systeem. De fietsers die je voorbij vliegt zullen nooit weten dat je hulp krijgt van een motor!”

http://turbo.specialized.com/